Reis naar Mbembeya

            Eerste klas wachtruimte                                 Nabij Dar es Salam

            Langs de rails                                               Trein

In week 7 met de Tanzania Zambia Railway (Tazara) naar Mbyea gegaan. Tegen een luttel bedrag een eersteklascoupe voor ons tweeën gereserveerd. (Dit was de enige mogelijkheid om als man en vrouw de nacht in dezelfde ruimte te kunnen doorbrengen.) De trein rijdt tweemaal per week, op dinsdag en vrijdag, en vertrekt twee uur later dan gepland. Over de 800 kilometer wordt 26 uur gedaan, maar de reis geeft een goed zicht op het landschap waardoor het een (eenmalige) aantrekkelijk optie is.

Het spoor is 40 jaar oud, door de Chinezen aangelegd en er lijkt marginaal onderhoud te zijn gepleegd. Het materieel dat er op rijdt is eveneens 40 jaar oud en is op. Langs de rails liggen regelmatig roestige ontspoorde treinstellen. Gelukkig zal het materieel binnenkort worden vervangen, want dat is in de krant aangekondigd (uiteraard ook weer geschonken door de volksrepubliek). De wielen lijken niet geheel rond meer want als de trein harder rijdt (zo’n 40 kilometer per uur) dan is er een gehobbel van jewelste. Schat dat ik zo’n 20 centimeter omhoog geworpen wordt op mijn ligplaats. Daardoor is de reis zelf niet echt prettig en tamelijk uitputtend. In de coupé functioneert de aangebrachte ventilator niet, de deurklink valt er regelmatig af, de rekjes blijven niet op de plaats, het raam valt regelmatig dicht en slecht één lamp schijnt zwakjes. Al dat ongemak wordt ruimschoots goedgemaakt door de landschappen waardoor we rijden en door de wetenschap dat het in de tweede klas nog veel erger is (daar staan mensen opeengepakt en heeft men aller soortige bagage, inclusief dieren meegenomen). Doordat we twee uur te laat zijn vertrokken missen we het deel bij dag door het wildpark Selous, wel ruiken we wild als we erdoor rijden. Bij het vertrek uit Dar passeren we eindeloos aan elkaar gebreide nederzettingen met ongelooflijk veel afval zodat het lijkt of ze op vuilnisbelten zijn gebouwd. Tussendoor wat enclaves met kokosnoot- en banenbomen. Ook nu valt op, zoals ook bij de busreis naar Mikumi, dat na de woonwijken van Dar geen industrie van enige betekenis aanwezig is, zoals dat wel het geval is in willekeurig welke stad in het westen. Na Morogoro wordt de bebouwing langs de spoorlijn spaarzamer en gaan we de bergen in. In de bergen zijn veel tunnels waar de trein zich in het pikkedonker doorwurmt. De ruimte in de tunnel is zo eng dat er geen ruimte is voor een wandelend persoon naast de rails, ook niet als deze zich plat tegen de muur drukt. De lokale bewoners weten dat want ze wachten geduldig voor de tunnel totdat de trein passeert. In de bergen wisselen hoogtes en dalen elkaar af. Veel akkertje, hutjes en huizen in de dalen maar ook op de bergen. Zie veel bananen, cassave, mais, mango’s en wat rijst (voornamelijk in de dalen). Daarnaast geiten en rundvee, elk met hun herder (per 4 tot 12 dieren). Wat ik niet zie zijn tractoren en andere landbouwwerktuigen, zelfs niet primitieve ploegen. Na een groot groen gebied wordt het droger en stoffiger totdat we door vlaktes gaan met weinig begroeiing en veel gortdroge gele aarde. Hier minder nederzettingen en de mensen die we zien zijn er duidelijk armoediger. Dit is af te lezen aan de ongeschoeide kinderen en de rafelige kleding die meer dan tot op de draad is versleten. Desondanks oogt men redelijk doorvoed. Hier wordt vooral vee gehouden en is er landbouw tijdens en na de regentijd. Na de dorre gordel wordt het landschap weer groener mede omdat we verder stijgen. Voor Mbeya bereiken we het hoogste punt van het spoor naar Zambia, 1667 meter boven zeeniveau. Ook hier tot Mbeya (en mogelijk verder) bananen, mais, mango’s, rijst (wat meer dan eerder) aangevuld met ananas, koffie en theeplantages en avocadobomen. De vee kuddes zijn wat groter en tellen zo’n 15 dieren. Her en der zijn zowel mannen als vrouwen op de akkertjes aan het werk met de hak. Bij de nederzettingen langs het spoor overal kinderen die zwaaien en met graagte de lege plastic flessen in ontvangst nemen. Ondanks dat werpen onze medereizigers alle flessen en zooi uit het raam zodra hun functionaliteit is verdwenen. Blijkbaar is de trein voor jonge kinderen een bezienswaardigheid waarvoor hard wordt gehold om zich te kunnen vergapen. Mary merkt snedig op dat dit waarschijnlijk ook in Nederland het geval was toen het materieel een vergelijkbare kwaliteit had! Bij ieder dorp en stadje van enige omvang stopt de trein wat door een luid getoeter wordt aangekondigd. Hetzelfde geldt voor het vertrek. Er wordt niets omgeroepen en dus is het steeds raden waar we zijn. Op elk station zijn, behalve midden in de nacht, hordes mensen die allerlei koopwaar aanbieden: van etenswaren tot brandblussers. De koopwaar wordt in manden op het hoofd gedragen. Andersom geven mensen op de trein ook pakketten af die door de plaatselijke bewoners bij hen zijn besteld. De trein zorgt voor een levendige handel. Van de aangeboden zaken maken vooral tweede klas passagiers gebruik omdat eerste klas passagiers door het treinpersoneel wordt bediend. Door hen twee maaltijden, een Engels ontbijt en enkele biertjes tot me kunnen nemen. Eenmaal stopt de trein omdat er wat is overreden. Na inspectie blijkt dit een geit te zijn en kan er snel worden doorgereden. Uiteindelijk kachelen we door en bereiken we Mbeya in de namiddag. Gedurende de gehele rit geen tegemoetkomend personen- of vrachtvervoer gezien!

    Baobab bomen in de droogte                                                  Bergen voor Mbembeya
    

    Bloeiende bomen                                                             Droogte

    Stenen huizen                                                               Traditioneel huis
    

Ontbijt in de trein en vee in de droogte

                                Traject van de Tanzania Zambia Railway Express

Terug naar menu