Mbembeya: kratermeer, Gods Bridge en Markt

Op het station van Mbeya eerst beltegoed gekocht om mijn zoon te kunnen laten weten dat we goed zijn aangekomen. Daarna een taxi genomen naar het Mbeya peak hotel waar we via internet een kamer hebben gereserveerd. In het hotel weet men niets van een reservering en probeert men ons een afschuwelijke kamer met veel schimmel in de douche/toilet aan te smeren. Omdat ons dit niet bevalt, mede omdat Mary allergisch is voor schimmels en omdat het niet is wat ons op de website is beloofd, maken we aanstalten om een ander hotel te zoeken. Zodra men door heeft dat het ons ernst is krijgen we alsnog de via internet gereserveerde kamer. Daarna is het hotelpersoneel de overige zes dagen ons zeer behulpzaam. De kok bereid speciaal voor ons een maaltijd waarna we behoorlijk vermoeid vroeg gaan slapen.

Naar later uit een gesprek met de manager blijkt werkt men zonder exploitatiebegroting wat het klungelige onderhoud verklaart. Reparaties worden alleen uitgevoerd voor zover er geld voor over is en niet om de oorspronkelijke staat in stand te houden. Het hotel stamt uit 1985 en heeft de oosteuropese uitstraling uit die tijd. De inrichting is ook uit die tijd en dat is goed te zien. De manager spant zich in om het ons naar de zin te maken. De kok kookt goed en gevarieerd en is relatief goedkoop. Eenmaal elders in de stad gegeten en wel pizza met mayonaise ipv tomatensaus gegeten. De manager bekend gemaakt met het verschijnsel e-book: een e-reader op zijn 6-inch telefoon geïnstalleerd en hem er 1.300 Engelstalige boeken op een 2 GB kaartje cadeau gedaan.

Mbeya ligt op 1.500 meter hoogte en is de derde stad in grootte na Dar en Mwanza. Het klimaat is er aangenaam: overdag 28 graden en s ’nachts 16 tot 18 graden. Het is vreemd om s’avonds en s’morgens mensen te zien rondlopen in winterjassen en dikke truien. De mensen zijn er vriendelijker, zien er welvarender uit dan in het oosten (mogelijk verschil tussen het droge en het nattere deel van het land) en het is er niet zo’n zooi. Als blanke, mzungu, kun je je overal vrijelijk bewegen.

       Buffels                                                    Weg naar kratermeer

16 november naar het kratermeer geweest. Eerst met lokaal busje (die zijn aan de verschillende wijken gebonden) dan met de Dalah Dalah. Allemaal privat gerund vervoer. Daardoor doet men ontzettend zijn best om zo veel mogelijk passagiers mee te krijgen. Op plaatsen waar wordt gestopt wordt rondgelopen om mensen te vinden die mee kunnen. Verder wordt behoorlijk hard gereden en kunnen bij plaatsgebrek in het middenpad stoelen worden uitgeklapt (hoe dan bij een ongeluk mensen er uit kunnen komen lijkt minder belangrijk). Persoonlijke ruimte is er zeer beperkt. Na een uurtje rijden op zo’n 40 kilometer van Mbeya stoppen we en beginnen we aan een wandeling van zo’n 7 kilometer. Daarvan gaat 5 kilometer door tamelijk vlak terrein met uitzicht op de flanken van het gebergte en 2 meanderend omhoog. Het bos omhoog is wisselend en past zich aan de hoogte aan. Ook hier de zeldzame en schuwe apen (columbus monkey). We komen op zo’n 2.200 meter op de rand van de krater. Een deel van de rand is tijdens het regenseizoen ingestort waardoor nog maar beperkte ruimte over is om van het uitzicht te genieten. Dat is grandioos: onder op 100 meter het meer, rondom de kraterranden, met afhankelijk van de ligging ten opzichte van de zon, verschillende vegetatie. Het meer is alkalisch, maar er stroomt water in en uit. Op veel plaatsen borrelt gas op.

       Werken op de akker                                             Akkers en bergen

    Kratermeer

Boven de lunch gegeten die onze gids Jeddah heeft meegebracht, het is veel te veel. We eten ieder een pannenkoek, een gekookt ei, een mango en een avocado. Voor ons is dat ruim voldoende en we bedanken beleefd voor de aangeboden twee extra porties. Jeddah vertelt dat pas met de komst van de Europeanen het meer in de belangstelling is gekomen. Ook dat door hen de hoogte en diepte is gemeten en het water is geanalyseerd. Daarvoor was het meer onderwerp in mythen en legenden. Na de lunch kijken we nog wat rond en beginnen daarna aan de afdaling. Omdat naar beneden minder inspannend is hebben we meer oog voor de vegetatie. We zien veel kruiden en bloemen: orchideeën, wilde amarillissen, wilde bananen (alleen de zaden daarvan worden door de apen gegeten), paarse acacia’s en eucalyptus. Verder in het vlakkere gedeelte: passievruchten en- bloemen, reuze trompetbloemen, hortensia’s, helianten, ganzenbloemen en zonnebloemen.

        Gele Bramen                                                         Passievruchten

         Vlinders                                                      Vegetatie

Tijdens de laatste 5 kilometer vertelt Jeddah dat hier op aandrang van een ontwikkelingshulporganisatie de traditionele avocadobomen zijn gekapt en zijn vervangen door laagstam avocado’s. Dat zou meer opleveren en minder werk kosten. Het is geen succes geworden want de avocado’s bleken minder lekker als de traditionele en konden niet worden verkocht. Omdat de originele bomen gekapt zijn betekende dit geen inkomsten meer voor de boeren en zij moesten maar zien hoe zij overleefden. Domme hulp waarmee het tegendeel is bereikt van wat is beoogd! Helaas is dit niet het enige voorbeeld. Na deze domper zijn we terug bij de uitstapplaats en houden we de eerste Dalah Dalah aan die langs komt. Met deze rijden we terug naar Mbeya. Onderweg zien we op de velden mannen en vrouwen die samen hun veldjes met de hak bewerken. Vrouwen die mais malen en het meel in de zon drogen. Verder worden veel lokale producten langs de weg aangebonden: witte kolen, bananen, mango’s en avocado’s. De indruk is dat hier redelijk wordt doorgepakt. Verder is het rondom de woningen redelijk opgeruimd en niet zo’n zooi als in het oosten. Ook aan de rand van Mbeya is ook nauwelijks enige industrie, wel een overweldigend aanbod van allerlei waar langs de toegangs- en uitvalswegen.

Yeddah, onze gids, is een verhaal op zich. Hij komt uit een dorpje in de omgeving van Tanga (ligt aan de kust zo’n 200 kilometer boven Dar) en is met zijn broer na omzwervingen in Mbeya terecht gekomen. Volgens hem lijkt de omgeving van Mbeya op die van Tanga, alleen is het er minder heet. Zijn ouders wonen nog in zijn geboortedorp. In het algemeen is er veel migratie binnen Tanzania en dan met name naar de grotere steden en tussen steden onderling. In Dar en Mbeya nauwelijks mensen ontmoet die daarvandaan afkomstig waren (behalve natuurlijk de aan de grond gebonden boeren).

Yeddah, komt me voor als een star wars naam, weet veel van de lokale zaken, maar veel minder van de westerse wereld. Hij is verbaasd om te horen dat bij ons de landbouw zo ver is geautomatiseerd dat er nauwelijks meer met de handen wordt gewerkt. In Tanzania doet men vrijwel alles met de hand, het met de hak bewerken van het land tot aan de verwerking tot eindproduct (maismeel en cassavemeel). Tussen de boeren onderling is er nauwelijks samenwerking, coöperaties zoals bij ons zijn onbekend. Opvallend is dat oogsten moeten worden beschermd, want gestolen worden is een reëel risico. Ofschoon er in Tanzania veel aardappelen worden verbouwd worden deze niet gekookt gegeten. Aardappels zijn er voor ‘chipsie”, dwz. voor een vorm van friet!

Yeddah is een rasta, draagt de bekende regenboogkleurenmuts en heeft dreadlocks. Hij gelooft dat Jezus is geïncarneerd in de koning van Ethiopië wiens koninkrijk in de eerste eeuw na Christus begon. Het Ethiopisch koninkrijk heeft 19 eeuwen bestaan en de laatste koning was Heile Selassi. In de onderlinge begroeting wordt altijd ‘king Heile’ genoemd. Rastas zijn ‘brothers en sisters’ die de oude traditionele Afrikaanse waarden en gebruiken in ere willen herstellen en handhaven, maar dan wel aangepast aan de moderne wereld. Bob Marley is door een ‘teacher’ tot rasta bekeerd waarmee verwarring is ontstaan over de herkomst: Jamaica ipv Ethiopië. Rastas baseren zich ook op de bijbel maar hebben daarvan wel hun eigen interpretatie!

Op de grote markt van Mbeya geweest met onze gids. Veel stoffen bekeken, helaas was er veel van hetzelfde: de waxdoeken met name uit Nigeria en veel waxdoeken uit Java met prints met Aziatische motieven. Stof aan de meter is ook verkrijgbaar maar is vrijwel allemaal synthetisch. De markt doet je beseffen dat hier echt alles zich buiten afspeelt. Alles wordt op straat verhandeld: koelkasten, TV’s, aggregaten, bedden, matrassen, autobanden (ook tweedehands), fietsonderdelen, huishoudelijke artikelen – van lucifers tot wasmiddel-, tuingereedschap wat primitief in elkaar is gelast, schoenen en slippers (overwegend van plastic), textiel in alle denkbare soorten en allerlei groenten en fruit (momenteel is er een overvloed aan mango’s en avocado’s en beginnen de ananassen te komen). Naast de gewone markt is er een parallelle markt waar hetzelfde maar tweedehands wordt aangeboden. Daarvan komt veel kleding en schoenen uit het westen. Ter afsluiting van de dag bij de souvenirwinkel van Yeddah langs gegaan. Bij hem gekocht: een armband, een mooie schaal met een uit bananenblad gemaakte afbeelding van Afrika en een handgesneden houten kano met passagiers. Al met al daarvoor 50.000 shilling uitgegeven (=$25), voor een local een aanzienlijk bedrag.

Met Yeddah naar gods bridge geweest, zo’n 50 km van Mbeya. Eerst met lokaal busje, daarna met dalha dalah en de rest met de auto. Aangekomen eerst naar de waterval gelopen, zo’n twee kilometer. We moeten over een terrein waarop een kostschool is gevestigd dat door militairen wordt bewaakt. Gevolg: we moeten ons legitimeren, onze bagage werd doorzocht en we mochten er geen foto’s nemen. De waterval is na het terrein van de kostschool en viel tegen. Het is een soort gorge waar het water doorheen kolkt en die we meerdere keren in Frankrijk en Duitsland hebben gezien in de bovenloop van de grotere rivieren. Ook hier moet toegang worden betaald wat door de lokale gemeenschap wordt geheven en aan hen toekomt. Eerst wilde een oude baas het geld innen maar ons geen kwitantie geven wat betekent dat hij het in eigen zak wilde steken. Blijkbaar is de onderlinge solidariteit toch niet echt groot! Later lukte het wel bij een vrouw. Vervelend is dat de kinderen hier om geld bedelen terwijl ze het niet slecht hebben, want anders zaten ze niet op kostschool. Van de waterval een stuk terug door naar Gods bridge. Dat is de moeite waard, een natuurlijke brug over een riviertje dat niet door het riviertje is uitgesleten, want daarvoor is het steen te kantig en te scherp (heb de indruk dat de steen obsidiaan is, dwz. zwart vulkaanglas dat ik nog nooit in deze omvangrijke hoeveelheden heb gezien). Schat in dat het door een aardbeving tot stand is gekomen. Lopend over de natuurlijke brug zien we daarachter veel watervallen die we deels maar beperkt kunnen zien. Van de gids begrijpen we dat het water na veel hindernissen uiteindelijk onder DAR in zee uitmondt. Na pootje baden gaan we op zoek naar vervoer terug en dat wordt uiteindelijk de motor, eentje voor de gids en eentje voor ons tweeën. Daarop leggen we de 12 kilometer zandweg af langs hoofdzakelijk bananenplantages met daartussen thee- koffie en maisvelden. Daarna kunnen we eten bij een of dé vriendin van Yeddah (hun relatie is niet geheel duidelijk) in het dorpje op de splitsing. Gelukkig hebben we geen honger, het zag er verre van hygiënisch uit, en kunnen we wat mango en avocado krijgen (deze waren heerlijk) terwijl Yeddah zich te goed doet aan een forse maaltijd met rijst, bonen en spinazie van snijbiet. Hij vertelt dat hij nu veel eet omdat hij het met één maaltijd per dag doet. Mary wordt ondertussen uitgedaagd door twee peuters. Nadat ze op hen afstapt om een handje te geven, barsten deze achter moeders rokken in onbedaarlijk huilen uit: een mzungu zo dichtbij is natuurlijk een verschrikkelijke ervaring. Hoop dat ze er geen trauma’s aan over houden!

De weg terug naar Mbeya is grotendeels dezelfde als die naar het kratermeer en tegen zessen zijn we weer terug bij het hotel. Onze gids heeft er duidelijk last van dat hij goed is betaald voor zijn diensten en souvenirs. Hij treedt redelijk aangeschoten aan en moet bij de les worden gehouden. Zijn brothers zijn deze dag niet komen opdagen want zijn uitbetaald en willen dat natuurlijk vieren. Onderweg nog wat rastastuf meegekregen, maar ook bij hem geldt dat de geest zwakker is dan het vlees (want hij rookte en dronk). Opvallend is dat we onderweg door iedereen met mzungu werden aangesproken wat blanke betekent. Hier heeft blijkbaar correct denken nog geen voet aan de grond gekregen!

De laatste dag gelopen naar het kruis op Mbeya peak. We beginnen met een kop koffie bij een bar met een echte Nescafé koffiemachine. Na lange tijd weer eens een echte cappuccino (ofschoon de eerste werd verprutst door de automatisch meegeleverde suiker). Daarna op weg. Na enig dolen vragen we de weg aan twee lokale dames, zij lopen een fors stuk met ons mee opdat we niet meer zullen verdwalen. Zonder hen zouden we zeker het kruis hebben gemist. We vinden dat hartverwarmend en nadat we ze vragen of we ze wat mogen geven schenken we ze 10.000 sh. Dat is voor hen zeer veel want ze willen zelfs onze voeten kussen, wat natuurlijk veel te ver gaat. Na een mooie foto van hen te hebben gemaakt klimmen we verder. Gestaag komen we hoger en hoger, ondertussen een man passerend die met luide stem allerlei bezweringen uitspreekt en twee vrouwen die met een bundel hout op hun hoofd als gemzen op een zijpaadje naar een dorpje verderop lopen, gevolgd door 6 koeien met elk een eigen bel. Het laatste stuk moeten we goed uitkijken waar we onze voeten zetten want het is zeer stijl. Uiteindelijk komen we bij het kruis vanwaar we een schitterend uitzicht op Mbeya en de omgeving hebben en mooie foto’s maken. De tocht hebben we in anderhalf uur afgelegd en we zitten zo’n 600 meter boven de stad (dus op 2.100 meter). Na een half uur van het uitzicht te hebben genoten zijn we teruggelopen en zijn we na een uur weer bij het hotel, waar we direct een lekkere koude douche nemen en ons met een boek gaan ontspannen.

   Behulpzame dames                                                  Kruis en Mbebya Peak

Uitzicht op Mbeya vanaf de peak Paden in de bergen De volgende dag terug met het vliegtuig naar DAR. We moeten vroeg weg om in te checken en de hotelmanager, Eric, heeft alles op tijd geregeld: het ontbijt en de taxi. We zijn ruim op tijd en rond 9.00 uur kiezen we het luchtruim voor een vlucht van 70 minuten. Nu zien we het landschap van boven waar we met de trein in 26 uur door zijn gezwoegd. In DAR worden we opgehaald door de door onze zoon bestelde taxi en na twee uur, vanwege de files, melden we ons weer aan de huisdeur. De vlucht is ontspannen in een modern en gerieflijk toestel van Fastjet.

Terug naar menu