Dar es Salam

Van 2 oktober tot 28 november 2015 zijn we voor de eerste keer in Tanzania geweest. Dat is een mooie tijd geweest waarin Mary en ikzelf heel wat hebben mogen meemaken. Uit dat alles een greep uit wat we hebben gezien en gedaan en wat ons daarbij is opgevallen.

Allereerst de vliegreis. We vertrekken om 6 uur ’s morgens vanuit Amsterdam naar Zurich en met een overstaptijd van 2 uur van daar naar Dar es Salaam (met een tussenstop in Nairobi) waar we om half twaalf ’s avonds aankomen. Een groot deel van de reis vindt bij daglicht plaats. Mooi aan het uitzicht zijn de alpen met zijn kale rotsen, de Dalmatische kust met zijn vele eilanden en haventjes en de azuurblauwe middellandse zee. Indrukwekkend is de enorme bak zand die begint waar de middellandse zee ophoudt. Meer dan drie uur vliegen en Egypte (over Luxor), Soedan en Zuid Soedan gepasseerd en de Sahara houdt aan. Pas bij Noord Kenia wordt de omgeving gaandeweg weer groener. Dat de jongste woestijn zo groot is, daar had ik geen voorstelling van en het verrast me enorm. Bij Nairobi is het weer redelijk groen en vanaf daar te donker om het landschap te kunnen zien.

Op tijd aangekomen in Dar (de gebruikelijke afkorting voor Dar es Salam) en bij de douane de onwezenlijke formulieren (waarom komen we, wat gaan we doen en waar verblijven we) nietszeggend ingevuld, $100 betaald voor twee visa, foto’s laten maken en vingerafdrukken afgegeven, gewacht op de stempels in de paspoorten en na ontvangst brutaal doorgelopen waarop we plotseling buiten staan en worden belaagd door de vele taxichauffeurs. Gelukkig zijn mijn zoon en schoondochter sneller en zitten we na enig knuffelen in hun auto op weg naar hun nieuwe huis (de dag ervoor zijn ze verhuisd). Van Dar krijgen we niet veel mee, behalve de verkopers bij de verkeerslichten en de vele vuurtjes waarop nog wordt gekookt.

Op 24 oktober zijn er parlementsverkiezingen en het parlement kiest de nieuwe president, de oude heeft zijn 2 termijnen verbruikt. De verkiezingen leggen het economisch verkeer in het land lam want iedereen vreest de uitkomst, met name dat verliezers zich niet bij de uitkomst zullen neerleggen. Zaken worden er nauwelijks gedaan, dwz. nieuwe contracten worden er niet afgesloten en verwacht wordt dat een maand na de verkiezingen het leven weer zal zijn genormaliseerd. De parlementsverkiezingen gaan over wie de nieuwe president wordt. Alom heerst de mening dat de huidige president corrupt is en dat vernieuwing nodig is. Daarvoor heeft de oppositie zich verenigd, alleen onder een presidentskandidaat die tot voor 7 maanden onderdeel was van de presidentiele kliek en het veld moest ruimen vanwege een corruptieschandaal. Daardoor is vrijwel zeker dat de gewenste vernieuwing er niet zal komen. Dit is de mensen moeilijk aan het verstand te peuteren. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen van de politici verwachten, zij moeten al het heil brengen. Het mensen vertellen dat ze zich zelf beter kunnen organiseren om zo hun problemen op te lossen dan te vertrouwen op de politici, wordt nauwelijks begrepen. Een maatschappelijk middenveld of civic society bestaat hier dan ook niet. Hoe het in Europa en in het bijzonder Nederland werkt gelooft men niet. Dat we zelf zaken ter hand nemen als de politiek het laat afweten, dat we dan een gemeenschap vormen, begrijpt men niet. Het ingesleten idee hier is toch dat de politiek het moet oplossen. Een voorbeeld, ik logeer bij mijn zoon en als expat kan hij niet anders dan in een groot huis wonen in een welvarende wijk. In de wijk zijn alleen zandwegen vol gaten en kuilen. De oplossing hier is een om een grote for wheel drive te kopen die de zandweg aankan ipv als bewoners er samen voor te zorgen dat door eigen inspanning de zandweg wordt en blijft geëgaliseerd. Dat is onze oplossing die hier niet voor mogelijk wordt gehouden. Inmiddels is bekend dat de sinds 1962 zittende partij, CCM (symbool thumbs up/opgestoken duim), de verkiezingen heeft gewonnen. Er zit wel een luchtje aan want van twee weken voor de verkiezingen ging het gerucht rond dat CCM de verkiezingen heeft gekocht. De nieuwe president is inmiddels beëdigd en kan aan de gang met zijn verkiezingsbelofte: het aanpakken van de verlammende corruptie die zijn partij heeft geïnstitutionaliseerd! Overigens heeft de oppositie tegen het tellen van de stemmen bezwaar aangetekend en zijn er her en der relletjes (met name op Zanzibar met zijn Islamitische meerderheid). De aanhangers van CCM hebben uitbundig feest gevierd, daarbij rondlopend met een lijkkist die voor de oppositie staat. Na veel gejuich en gejoel werd deze verbrand. De avond voorafgaand aan de beëdiging van de nieuwe president, John Magufuli, is besloten dat 5 november een nationale feestdag is. Afspraken moeten worden afgezegd en werknemers worden gebeld met de boodschap dat ze vrij zijn. Opmerkelijk is dat eind november wordt aangekondigd dat de Onafhankelijkheidsdag op 9 december niet zal worden gevierd, en dat dus niemand vrij heeft. Argument: er is te veel armoede in het land om trots te kunnen zijn op de onafhankelijkheid! John Magufuli is begonnen onaangekondigde bezoeken te brengen aan ministeries, ziekenhuizen en staatsbedrijven. Werknemers die slapend worden aangetroffen worden onmiddellijk ontslagen. Zaken die niet werken moeten worden gerepareerd. Het laatste maakt onmiddellijk de problemen duidelijk waar de overheid voor staat. Een voorbeeld: bij het bezoek aan het ziekenhuis stuit de president op een niet werkende MRI-scan en beveelt dat deze moet worden gemaakt. Dat gebeurt maar twee dagen later is deze weer kapot en daarbij blijkt dat er nog onbetaalde rekeningen liggen ter hoogte van 500 miljoen shilling (=250.000 euro) voor eerdere reparaties. Geld wat de president niet in zijn zak heeft. Voorlopig geen MRI-scan in het ziekenhuis van Dar! Voorgaande presidenten hebben aan het begin van hun ambtstermijn een vergelijkbare start gemaakt als John Magufuli. Vraag is nu of hij doorzet of dat hij het na enkele maanden voor gezien houdt en zich richt op zijn portemonnee en die van zijn familie. Bij de start van de nieuwe president veel verhalen in de pers over wat er in het land zou moeten veranderen. De pers is het er over eens dat Tanzanianen harder moeten gaan werken en eerlijker moeten worden. Het eerste horen we in het westen ook van de werkgevers, maar het tweede komt ons echt vreemd voor. Dodema is de officiële hoofdstad van Tanzania maar het bestuurlijk en politiek leven speelt zich hoofdzakelijk in DAR af. Daar zijn de ministeries, resideert de president en wonen de meeste parlementsleden. De beëdiging van de nieuwe president vond dan ook in DAR plaats. Als politicus ben je onderdeel van een aparte kaste. Je hebt je eigen privileges, bijv. belastingvrijstelling voor je bedrijf en het verkeer wordt voor je stilgelegd als je ergens moet zijn (ten koste van de overige weggebruikers). Onze gebruik dat een minister zelf op zijn fiets bij zijn ministerie komt wordt niet geloofd. Gevolg is dagelijks urenlange files in en uit Dar. Overigens kunnen de rijken tegen betaling dezelfde privileges krijgen.

Voorgaand kort het ziekenhuis genoemd. Begrijp van de Nederlandse basisarts die we tegenkwamen dat als we wat mankeren we beter naar een privékliniek kunnen gaan, want in de staatsziekenhuizen is er een gebrek aan alles. Bovendien staan veel artsen weliswaar op de loonlijst maar brengen ze het grote deel van hun tijd in de privéklinieken door. Op Zanzibar is ons al opgevallen dat tegenover het ziekenhuis allerlei medische zaken worden verkocht, van verband tot infuusvloeistoffen. De praktijk lijkt te zijn dat je alleen wordt behandeld als je zelf voor de benodigde spullen zorgt (verband, injectiespuiten en –vloeistoffen, etc.).

Omdat een deugdelijke bevolkingsregistratie niet bestaat, de meeste straten hebben geen naam en huizen geen nummer laat staan dat er een plicht is om je woonadres te melden, moeten mensen zich voor de verkiezingen registreren. Dit leidt tot lange rijen bij de registratiebureaus. Heb je je geregistreerd dan moet je op een later moment je stemkaart ophalen en wederom een lange rij trotseren. De mensen die druk met hun werk zijn hebben die tijd niet en laten de verkiezingen dan ook lopen. De rijksten onder hen kopen hun invloed via ‘chagula’ (eten). Het ontbreken van een bevolkingsadministratie heeft ook een enigszins komische kant. Doordat overtreders daardoor geen acceptgiro kan worden gestuurd moeten boetes contant worden afgerekend (met kwitantie is het natuurlijk meer als zonder). Heeft men het bedrag niet bij zich, met name de armere mensen, dan wordt de auto of de tuk tuk van een wielklem voorzien tot het bedrag is betaald. Zijn de wielklemmen op dan is het alternatief de hoogte van de boete met onuitwisbare inkt op de voorruit schrijven. Na betaling wordt als service de inkt verwijderd en ook dit levert weer een bloeiende bedrijfstak op. In Mbeya nog een ander alternatief gezien: de politie schroeft de nummerplaten af en bewaart deze totdat de boete is betaald. Ook dit werkt maar gedeeltelijk omdat nieuwe nummerplaten snel en gemakkelijk zijn aan te schaffen. Overigens is het handig om te weten waar de politieagent staat. Komt hij van achter een boom naar voren gesprongen met een snelheidsmeter in de hand dan gewoon doorrijden, want hij is daar afgezet en een auto om de achtervolging in te zetten heeft hij niet!

Mijn zoon woont op Mbesi beach, het strand is een kleine 10 minuten lopen. Vrijwel dagelijks maken we een strandwandeling met zijn twee honden. Op het strand vissers en aangespoeld vuil. De vissers vangen voor de kust. Met kleine bootjes, uit bomen uitgeholde kano’s, veeldehands surf- en zeilplanken en planken bootjes, wordt voor de kust een net uitgeworpen. Dat gebeurt secuur waarbij het net over zijn gehele omvang in de zee wordt uitgespreid. Daarna wordt het touw aan het uiteinde van het net naar een ondiepte gebracht waar inmiddels een dozijn mannen staan te wachten. Zij nemen het touw en sjorren ermee richting strand. Afhankelijk van de grootte van het net kost het aan wal brengen van het net meer of minder moeite. Bij een groot net is het zeer zwaar en zijn soms wel 20 man nodig. Uiteindelijk komt het net en de daarmee gevangen vis aan land waar de buit door vrouwen met plastic emmers op hun hoofd in ontvangst wordt genomen. Daarna wordt het op het strand aan opkopers verkocht, dan wel naar een kraam aan de weg gebracht waar het aan het passerend publiek wordt verkocht. De inkomsten lijken voldoende om het betrokken gezelschap te kunnen onderhouden, maar tot veel luxe leidt het niet.

Het vuil komt uit de rivieren en door lozingen in zee. In Dar lozen 3 riviertje op zee en na heftige regenbuien nemen ze zeer veel vuil mee. Opmerkelijk is dat veel medisch afval op ons stuk strand is te vinden: stomamateriaal, injectieflesjes, spuiten en naalden. Bij navraag blijkt het afkomstig uit een militair hospitaal verderop aan de eerstvolgende rivier. Ook daar blijkt het milieubewustzijn klein, zo ook de betrokkenheid bij de gezondheid van de omgeving (want in enkele spuiten en flesjes zit niet zelden nog de vloeistof waaraan men zich kan vergiftigen). Tweemaal per jaar wordt het strand schoongemaakt en wordt veel vuil verwijderd, dat zijn veel vrijwilligersactiviteiten waar zonder uitzondering alleen expats bij zijn betrokken. Naarmate het strand naar het noorden van Dar wordt bewandeld wordt het ook weer schoner. Er zijn daar minder rivieren en de stroming is net iets anders.

  Twee vissers in zee                                                         Vissers achter de branding
                                        

Het verkeer in Dar lijkt op een zichzelf ordenende chaos, na uren vertraging kom je uiteindelijk op de plaats van bestemming. De taak van de verkeerspolitie lijkt het in stand houden van de chaos. Op de kruispunten staan en veelal bellend maar wat te zwaaien, waarbij niet bestaand verkeer uit de ene richting consequent voorrang krijgt boven het opgestopte verkeer uit alle andere richtingen. Daarbij wordt niet zelden verkeer uit de ene richting een half uur of meer voorrang gegeven, waarna het volgend half uur de andere kant aan de beurt is. Het effect is natuurlijk hetzelfde dan als je dat om de paar minuten doet en het kost gewoon minder inspanning!

Onderling vertrouwen is belangrijk voor een burgerlijke samenleving waarin ondernemen vanzelfsprekend is, je moet nu eenmaal op elkaar kunnen bouwen. Hier is dat anders. De netwerksamenleving is hier volop ontwikkeld, alles gaat via vrienden van vrienden van vrienden en bekenden van bekenden van bekenden etc. Over elk item moet over de prijs en de bij benadering te leveren prestatie worden onderhandeld. Aan onbekenden zoals toeristen en blanken wordt begonnen de hoofdprijs te vragen. Vaak bedragen die zelfs in Europese ogen absurd zijn. Wordt zonder onderhandelen de dienst of het product afgenomen dan moet daadwerkelijk de hoofdprijs worden betaald. Mij is het nog niet gelukt om bij enkele van de vele stalletjes langs de weg zaken, bijv. fruit , goedkoper te krijgen dan in de toch niet goedkope supermarkt! Door zoveel mogelijk financieel voordeel uit een aangegane relatie te halen wordt in veel gevallen de relatie zelf om zeep gebracht, dwz. het geschonken vertrouwen geschonden. Op Zanzibar meegemaakt dat we 2 dagen zijn opgetrokken met een uitstekende betaalde gids naar Jozani Park en de specerijenplantages en dat hij voor ons tickets terug naar Dar wilde regelen via een fake bureau. Ik was daarvoor gewaarschuwd en toen ik het doorhad was de relatie nogal bekoeld, dwz. ik wilde verder niet met hem te maken te hebben. Het eigen financieel voordeel voor de korte termijn is leidend en niet de relatie, dat is een werkelijkheid waaraan moeilijk wennen is en die naar mijn idee een optimale economische ontwikkeling belemmert en corruptie bevordert. De Tanzanianen hebben er ook een woord voor: ‘eezy money’ dwz. gemakkelijk geld, en dat lijkt de enige drijfveer in het economisch verkeer.

Bijkomend effect van het steeds onderhandelen over de prijs is dat zoiets als BTW moeilijk kan worden bepaald. Op zich geen probleem want bonnetjes worden nauwelijks gegeven en verschuldigde belasting niet afgedragen. Merkwaardige uitzondering op het fenomeen om overal over te moeten onderhandelen zijn de basic producten : groenten, fruit en brood ( we merkten dat op de markt in Stone Town). Deze zijn door de overheid vastgesteld en bij iedere kraam hetzelfde en niet onderhandelbaar! Overigens is in het kader van de verkiezingen de BTW op de basisproducten afgeschaft, krijg nu twee bonnetjes, een met en een zonder, die handmatig moeten worden opgeteld. De uiteindelijke prijs blijft echter hetzelfde, de ondernemer wordt er als enige beter van!

Zoals gezegd lijkt het streven naar ‘eezy money’ de belangrijkste drijfveer achter het economisch handelen van de Tanzanianen. Dat ontkracht de economische theorieën waar we in het westen vanuit gaan en die we universaliteit toekennen. De rationeel naar nutmaximalisatie strevende mens die daarvoor onmiddellijke behoeftebevrediging kan uitstellen, bestaat hier niet. Hier is het de kansen op eezy money benutten die zich voordoen, ook als dit op de langere termijn tegen je werkt. Verder liever onmiddellijke bevrediging van dan aanwezige behoeften dan ze uitstellen voor een grotere beloning later. Dit werkt op allerlei niveaus, een aantal voorbeelden ter illustratie. Bij het op straat onderhandelen over de prijs van een product, bijv. vanuit de auto, is het handig om met de biljetten te zwaaien die van plan bent te betalen. In de meeste gevallen krijg te het dan voor de door jou voorgestelde prijs omdat men de verleiding van het in het bezit krijgen van de getoonde biljetten eenvoudigweg niet kan weerstaan! Een onderhandelingstactiek waar mijn zoon me op wees.

Een ander voorbeeld is dat men nauwelijks werkt met enige planning, ook niet op financieel gebied. Ondernemingsplannen en een exploitatiebegroting waarin voor vervangingen wordt gereserveerd heeft men nauwelijks en heeft men die wel dan worden deze zelden nagestreefd. Gevolg is dat zaken zelden echt af zijn, 100% kwaliteit die wij op allerlei gebied gewoon zijn is er niet, en dat verval snel optreedt. Men start met te doen, bijv. te bouwen, en ziet wel hoever men komt. Is het geld op dan wordt gestopt of met lapmiddelen gered wat er te redden valt. Er zijn dan ook veel onafgemaakte projecten en deze hebben zonder uitzondering Tanzaniaanse eigenaren. Is het project wel afgemaakt, bijv. een hotel, dan wordt er gecashed en wordt er geen geld gereserveerd voor onderhoud. Preventief onderhoud ligt sowieso moeilijk, want waarom geld uitgeven als er geen problemen zijn! Naast de slechte wegen is dat een reden waarom het wagenpark er zo erbarmelijk uitziet.) Alleen als er problemen komen dan wordt er in het uiterste geval geld uitgegeven om deze op een minimaal niveau te verhelpen. Dit is naast het wagenpark het best te zien aan de sanitaire voorzieningen in de wat oudere hotels (dwz. ouder dan 10 jaar). Het besef van eezy money en het moeilijk kunnen uitstellen van de onmiddellijke behoeftebevrediging zorgt er voor dat het geen enkel zin heeft om mensen meer salaris te geven. Gevolg is dat mensen nog meer gaan vragen want blijkbaar is er een onuitputtelijke bron aangeboord. Verder is de kans groot dat mensen een tijdje niet meer op het werk verschijnen, want waarom werken als je geld hebt om te leven(en te feesten)!

Heb wat consultancy werk gedaan, dwz. geadviseerd in het opzetten van een reclame adviesbureau. Het is moeilijk om tot een realistisch bedrijfsplan te komen. Dat wel gemaakt maar heb niet de indruk dat er wat mee wordt gedaan. Met bombasme worden de eigen pretenties geformuleerd zonder daar ook maar enige realistische onderbouwing tegenover te kunnen stellen. De vis aan de haak slaan is vele malen belangrijker dan ook maar enige kwaliteit garanderen. Planmatig werken is mooi maar niet de Tanzanian way. Wat dat wel is blijft onduidelijk. Veel tijd blijft zitten in wachten totdat degene van wie men afhankelijk is weer een oprisping heeft. Wachten lijkt in Tanzania een tweede en misschien wel eerste natuur, ongelooflijk hoeveel mannen je overal in het land groepsgewijs ziet wachten en ze wachten altijd op iemand van wie ze afhankelijk zijn of kunnen worden. Het tegenovergestelde is er ook, in aan te gane relaties wordt altijd geprobeerd een afhankelijkheid te creëren die dan in geld omgezet kan worden. Het besef nodig te zijn wordt al snel in een vraag naar klinkende munt omgezet. Begonnen met een andere opdracht het maken van een organisatieplan waarin vier bedrijfjes ineen worden geschoven inclusief culturele component. Het laatste behelst slimme ideeën waardoor mensen op tijd op hun werk komen, hun werk naar behoren doen, klanten geen extra gunsten vragen (dwz. afpersen), samen werken en meer van dat soort Tanzaniaanse deugden. Hier wordt echt duidelijk dat alle westerse management en organisatietheorieën niet werken om dat de uitgangspunten daarvan in deze situatie niet reëel zijn: mensen willen niet zondermeer hard werken en iets moois tot stand brengen en/of zich in hun werk ontplooien! Geadviseerd om de dag met een briefing te beginnen waar wordt verteld wat het doel van de dag is, hoe dat past in het grotere geheel, waar iedere medewerker vertelt welk resultaat hij/zij de vorige dag heeft bereikt en wat het doel voor de huidige dag is en wat en wie hij/zij daarvoor nodig heeft. Verder om medewerkers punten te geven die men kan verliezen als men zaken nalaat maar ook kan verdienen als men wat extra’s presteert. Tenslotte om bij de aanstelling van medewerkers hen mede te beoordelen op hun mogelijkheden om onmiddellijke behoeften uit te stellen en minsten twee of meer medewerkers uit dezelfde als hardwerkende bekend staande stam aan te stellen (heb de indruk dat dan zaken als eer en geweten dan meer invulling krijgen). Verwacht niet dat er wat met het advies wordt gedaan omdat de eigenaar ook voor ‘eezy money’ gaat en moeilijk zijn impulsen kan bedwingen voor grotere opbrengsten op de langere termijn!

Opvallend is dat het idee van Afrika en ‘wij Afrikanen’ veelvuldig in het straatbeeld opduikt, veel meer dan Tanzania en Tanzanianen. Met Afrika identificeert men zich blijkbaar graag! Des te opvallender is het dan dat er geen enkele poging wordt gedaan om tot een soort Afrikaanse EEG of VS te komen (behoudens dan Ghadaffi in het verleden). Mensen gevraagd naar deze in mijn ogen inconsistentie. Ten eerste identificeert men zich daadwerkelijk met zijn volk, dwz. met zijn tribe. Op de vraag ‘wie zijn jouw mensen’ komt altijd het antwoord tribe X uit het gebied Y (Tanzania heeft zo’n 120 tribes waarvan geen enkele meer dan 10% van de bevolking uitmaakt). Bij registraties, bijv. voor een hotelovernachting of een parkbezoek, wordt ook de tribe waaruit men afkomstig is vastgelegd (heb mezelf maar als Batavier geregistreerd). Op de vraag of men zich ook Tanzaniaan voelt wordt dat in enkele gevallen bevestigd, maar belangrijker is de tribe. Voor de meesten is Tanzania een realiteit waarin men overleeft zonder dat men er veel mee heeft! Ten tweede is men redelijk tolerant naar andere Afrikanen. Er zijn hier veel mensen uit Zuid-Afrika, Rwanda, Kenya en Mozambique werkzaam, veel bedrijven zijn in bezit van Afrikaanse buitenlanders. Als onrust dreigt wordt het bezit zo goed het kan veilig gesteld, bijv. voor de verkiezingen zijn veel vrachtauto’s in buitenlandse handen in de buurlanden gestald. Verder geldt voor Afrikanen nergens in Afrika een visumplicht. Ten derde is van enig historisch besef nauwelijks sprake, dwz. van de eigen prestaties in het verleden die er wel degelijk zijn (behoudens slavernij waaraan men zelf volop heeft meegewerkt en het koloniale verleden). Een mogelijke conclusie is dat men zich primair identificeert met de tribe, daarna met Afrika en op afstand daarna met het land waarvan men onderdaan is. Er lijkt nogal een forse discrepantie tussen de sociale en politieke realiteit!

Arbeid is hier goedkoop, $40 is het verplichte minimum maandinkomen wat beneden de armoedegrens is. Dit heeft als gevolg dat er nauwelijks enige mechanisering of automatisering plaats heeft gevonden of plaatsvind. Bij tankstations voorzien staan tankbedienden je van benzine en rekenen af; in supermarkten inpakkers; vrachtwagens worden met de hand vol- en afgeladen (ook als het om zand gaat); de grond wordt met de hak bewerkt (ik heb in de landelijke gebieden slechts enkele tractoren gezien); iedere beter verdienende heeft zijn eigen bewaker, schoonmaker, tuinman, kok, etc.; bij officiële bureaus (bijv. douane of parktoegang) zijn er de mensen die het registratie/aanvraagformulier aanreiken, zij die het innemen, zij die het controleren, zij die het fiatteren, zij die het verschuldigde bedrag afrekenen (altijd gerekend in US dollars terwijl de shilling de officiële munt is) en zij die het document overhandigen (visum of toegangsbewijs). Hoe je met $40 rond kunt komen is volstrekt onduidelijk, als blanke heb je al gauw het 80-voudige nodig! Tegenover de belachelijk lage prijs van de arbeid staat dat er nauwelijks hard wordt gewerkt, de effectiviteit van de arbeid is dan ook klein en niet te vergelijken met wat in Azië, Europa of de VS wordt gepresteerd. Tijdens werktijd wordt er veel getelefoneerd, gehangen, uitgerust (bij fysieke arbeid) en gekletst.

Vermeldenswaard is de ‘fundi”, het mannetje voor alles. Is er een probleem met het water, de elektra, de sloten, de TV, etc. dan kan het best de fundi worden gebeld (dwz. als je het zelf niet kunt repareren is er geen enkel ander alternatief en verder is iedereen waar dan ook telefonisch bereikbaar). Telefonisch wordt het probleem uitgelegd en een eerste prijs afgesproken. In de meeste gevallen maakt de fundi op een ander moment zijn entree dan is afgesproken. Zijn eerste diagnostisch gereedschap is de schroevendraaier, daarmee weet hij een beeld te krijgen van wat er mis is. Daarna moet worden onderhandeld over de oplossing, wat gaat er worden gedaan en welke inspanning en materialen daarvoor nodig zijn. Standaard wordt gevraagd om een voorschot om benodigde materialen te kunnen aanschaffen. Ga je daar op in dan zie je de fundi niet meer terug, want hij heeft geld gekregen, en zal je een nieuwe moeten zoeken (telefoon wordt dan niet meer opgenomen). Heb je het zo geregeld dat hij wel terug komt, bijv. doordat jezelf het benodigde materiaal hebt gekocht, dan heeft hij het benodigde gereedschap veelal elders geleend en gaat hij aan de slag. Is de oplossing er bij benadering dan is de klus geklaard en moet er worden afgerekend. Handig is dan om even goed te controleren of de gewenste functionaliteit wel is gerealiseerd en of de opgegeven materialen zijn gebruikt. Ik heb in korte tijd meegemaakt dat een slot op de toegangsdeur is vervangen door een ander kapot slot, ook dat een transponder van de satelliet werd gedeclareerd terwijl de oude er was opgezet. Is er eenmaal (vooruit) betaald dan is de fundi niet meer aan te spreken op de geleverde kwaliteit, wordt je klagen te ernstig dan wordt de telefoon niet meer opgenomen. Liefde voor het “vak” of “trots” op de geleverde prestatie lijkt hier niet te bestaan of is ondergeschikt aan vele andere existentiële zaken. De “fundi” belichaamt een belangrijk probleem van de Tanzaniaanse samenleving namelijk dat kwaliteit niet kan worden gegarandeerd en dat dit ook niet het streven van de vaklieden is. Enerzijds zijn mensen niet gecertificeerd (ik heb nog nergens een diploma zien hangen of certificaat van ‘erkend installateur, etc.) of leggen daar geen waarde op (certificaten zijn hier natuurlijk ook weer gemakkelijk te vervalsen) en anderzijds is er geen functionele wetgeving waarmee afgesproken prestaties kan worden afgedwongen. Garantie bestaat hier niet, zo ook niet periodiek preventief onderhoud!

Vraag is of men hier niet wil blijven leven zoals men dat al eeuwen heeft gedaan: een klein akkertje, een koe, wat kippen en een paar geiten waarmee men zelfvoorzienend is en waaraan niet meer dan een uur of drie arbeid per dag hoeft te worden besteed. Een groot deel van de bevolking in Tanzania leeft nog in rurale omstandigheden of heeft dat als onmiddellijke achtergrond. Werken is geen deugd, hangen en luieren wel (als Europeaan kun je je dat nauwelijks voorstellen). Voor ondernemers is het haast onmogelijk om eisen aan het personeel te stellen, want ondanks dat de werkloosheid hoog is vindt de werknemer al gauw dat hij/zij te hard moet werken en komt gewoon niet meer terug. Het is dan schipperen tussen het investeren in werknemers (opleiding en training) en het stellen van eisen. Populair is om met zo weinig mogelijk inspanning zo veel mogelijk geld te krijgen, eezy money, en daarvoor leent zich bij uitstek de handel. Daarin zijn in steden zeer veel mensen actief. In de echt productieve sector, daar waar zaken daadwerkelijk worden gemaakt, zijn weinig mensen actief. Gevolg is dat vrijwel alles moet worden ingevoerd.

Op de plaatsen waar mensen wonen is het een ongelooflijke zooi, het lijkt overal wel een vuilnisbelt van puin, kapotte lampen, plastic (zakken en flessen) en verbrandingsresten. Niemand lijkt zich er verantwoordelijk voor te voelen en ook niemand heeft enige neiging om het op te ruimen. Wat zijn we in het westen en Azië toch proper! Alom wordt buiten op houtskool gekookt en een waterleidingnet is veelal afwezig (zelfs een flink aantal wijken in DAR moet het zonder waterleiding doen waardoor cholera een constante bedreiging vormt).In het land zijn dan ook vele waterdragers actief die met hun fietsen plastic waterkannen vervoeren.

Terug naar menu